Bij zoetekauwen die de stad Lissabon bezoeken staat pastel de Belém (meervoud is pastéis de Belém) hoog op het lijstje. De vlataartjes staan symbool voor de stad en daar maken heel wat bakkers en horeca-uitbaters gretig gebruik van. Want waar je ook als toerist komt, je wordt overal naar binnen gelokt om de pastel de Belém te proeven. En dat is geen straf want ze zijn lekker! Ze smaken zoet maar niet té zoet, een beetje romig met een bladerige koek aan de buitenkant. Maar hoe zit het nu precies met de oorsprong van deze taartjes? Waar komen ze vandaag en waarom zijn ze zo bekend geworden?

De oorsprong van de pastel de Belém

Ik vroeg het aan de Portugese chef Francisco die ik leerde kennen tijdens een food tour in Lissabon (wat overigens een grote aanrader is!). Hij wist me te vertellen dat er geen exacte datum terug te vinden is over het ontstaan van de pastel de Belém.
Waar er wel informatie over terug te vinden is is dat monniken uit het Jerónimos-klooster (Mosteiro dos Jerónimos; een van de meest indrukwekkende bouwwerken van Lissabon die je vandaag de dag nog kunt bezoeken) de vlataartjes al bakten voor de 19de eeuw. Het klooster bevindt zich in Belém; een van de oudste wijken van Lissabon. Daar verkochten de monniken destijds de pastéis de Belém aan de mensen die een zondagse wandeling maakten door de wijk Belém. En de wandelaars waren er dol op! Zo dol, dat de verkoop van de vlataartjes een belangrijke inkomstenbron werd van het klooster.

Het geheime recept verkocht

In 1820 werden alle kloosters in Portugal stilgelegd als gevolg van een liberale revolutie. Veertien jaar later werden alle geestelijken verdreven, zo ook de monniken uit het Jerónimos-klooster. Ze hadden het financieel moeilijk, daarom besloten ze het geheime recept van de pastel de Belém te verkopen aan een rijke zakenman uit Brazilië die een suikerrietraffinaderij had net naast het Jerónimos-klooster. Drie jaar later, in 1837, begon de zakenman met de productie van de vlataartjes en verkocht ze onder de naam ‘pastel de Belém’. Vandaag de dag worden de vlataartjes nog steeds gemaakt volgens het geheime recept van het klooster. In totaal zelfs 25.000 per dag! De naam pastel de Belém is een geregistreerd handelsmerk en taartjes kunnen alleen maar deze naam dragen als ze daadwerkelijk in de fabriek in Antiga Confeitaria de Belém zijn gemaakt en volgens het oorspronkelijke geheime recept van het klooster. Als de vlataartjes ergens anders zijn gemaakt en volgens een ander recept krijgen ze de naam ‘pastel de Nata’.