Steeds vaker kiezen mensen voor een vegetarische of zelfs veganistische levensstijl. Er wordt zoveel geknoeid met ons eten dat veel mensen hun eetpatroon rigoureus omgooien. Zeker vlees is door de jaren heen door de figuurlijke vleesmolen gehaald. Maar kan het ook anders? Hoe gaan boeren aan het werk die kwaliteit verkiezen boven kwantiteit? Dave en ik werden uitgenodigd in de Schotse Laaglanden (Scotch Lowlands) om farmers te ontmoeten die met zorg voor dier én natuur vlees produceren. Deze farmers zijn aangesloten bij het kwaliteitsmerk van Quality Meat Scotland.

Even over Schotland

Eerst even over Schotland: met een oppervlakte van 80.077 km² is het land groter dan België en Nederland bij elkaar. Typerend aan Schotland zijn de prachtige uitgestrekte graslanden. Het land telt slechts 5,2 miljoen inwoners en daardoor is er dus ruimte zat voor mens én voor dier. Een mooi voordeel dat we helaas niet hebben in het dichtbevolkte België en Nederland.

Eerste stop: schapenboerderij in de low hills

De eerste farm die we bezochten was schapenboerderij Lillyburn in Howgate in de low hills. Derek Hall en zijn vrouw Alice wonen hier al jaren en fokken het schapenras Blue Faced Leicesters.
Hij vertelde: “Ik ben niet altijd farmer geweest. Tot mijn 50ste werkte ik bij de overheid om de Schotse aardappelteelt te promoten. Daarna heb ik de stap gezet om farmer te worden. Ik ben dus geen typische boerenzoon. Mijn vrouw komt wel uit een boerenfamilie. Het is hard werken, maar gelukkig krijg ik hulp van mijn zoon Douglas. Hij werkt bij een bank maar op zijn vrije dagen en in het weekend helpt hij mee op de boerderij.”

Met zijn jeep nam hij ons mee op het enorme terrein waar de schapen grazen. Het is er idyllisch mooi en de schapen hebben heel wat hectare waar ze vrij rond kunnen lopen. Ze grazen gewoon gras, kruiden en planten die daar groeien. Geen extra voeding. Derek vertelde dat er een verschil in smaak is in het vlees tussen low hill (lager gelegen weiden) en high hill (hoger gelegen weiden) schapen en dat komt door het verschil in vegetatie die ze eten.
Farmer SchotlandHet valt me trouwens op dat Derek voor een zeventiger nog heel fit is. Ik vraag nog of ik mee moet helpen het zware hek open te maken, maar dat doet hij allemaal makkelijk zelf :).

Binnen in de boerderij maakte zoon Douglas de schapen klaar die naar het slachthuis moesten. Dit klinkt nu heel stom, maar ik kreeg even een krop van in mijn keel. Is dit een omslagpunt? Ga ik nu op een ‘perstrip rond vlees’ vegerariër worden? Het zal toch niet…:)

Tweede stop: schapenboerderij in de high hills

De volgende farm die we bezochten was schapenboerderij Blackhope in de high hills, waar schapenboer Simon Clark ons opwachtte.
farmers-schotlandWe reden rustig langs de heuvel naar beneden. In de verte zagen we een huisje. Het is er echt prachtig wonen (op de foto zie je maar half hoe mooi het daar is!). Onderweg kwamen we schapen tegen die gewoon rondlopen.
Lopen die niet weg? Echt gek om te zien (Simon vertelt me later dat ze echt niet weglopen :)). Simon nodigde ons uit in zijn huisje en serveerde ons warme broodjes met spek om onze honger te stillen (ik had net een contentinaal ontbijt achter de kiezen, maar wie zegt nu nee tegen een warme snack?). Hij haalt de broodjes en spek uit zijn Atag-oven (gaaf, daar ben ik stikjaloers op!). Hij lacht en zegt dat het Hollandse spek is en geen Schotse. Later zag ik in een reportage dat de lekkerste Nederlandse spek geëxporteerd wordt naar Schotland en het minder kwalitatieve vlees in Nederland wordt geserveerd als bacon. Echt zonde, want het smaakt goed.

Met zijn terreinwagen neemt hij ons mee hogerop in de heuvels. En hoewel we al vonden dat Derek zijn schapen op een flink stuk grond hield, valt dit helemaal in het niets bij het land wat Simon beheerd. ‘This is all mine, MINE!’, grapt Simon vrolijk als wij ‘as far as the eye can see’ alleen maar weilanden van zijn farm zien. Yep, dit is Schotland: uitgestrekte, ruige weilanden. In de verte zie ik een paar schapen maar dat is het. Het lijkt of er weinig schapen zijn, maar er is zoveel ruimte dat de schapen makkelijk verstoppertje kunnen spelen. Concreet wordt er een hectare gerekend per schaap.
Om je een idee te geven: in België en Nederland is dit ongeveer tien tot vijftien schapen per hectare.

Door het verschil in vegetatie in de high hills smaakt het schapenvlees anders dan de low hills. Simon voedert hen niet met extra voeding.

Tussenstop lunch: heerlijk Scotch meat

We maken even een tussenstop voor de lunch bij The Blue Coo (bij The Buccleuch Arms in St. Boswells): een hoog aangeschreven bistro & bar. We ontmoeten daar het farmerskoppel Alison en Robin Tuke van Hardiesmill (waar we later die dag naartoe zullen rijden).

Als lunch krijgen we een bord met verschillende gerijpte en gegrilde soorten Schots vlees.
Dit is echt lekker. Geen poespas, gewoon puur natuur lekker vlees. Jongens, dit proef je!

Laatste stop: Aberdeen Angus Beef farm

We rijden daarna verder naar de farm Hardiesmill, het familiebedrijf van koppel Alison en Robin Tuke.
De vader van Alison heeft het Aberdeen Angus keurmerk geïntroduceerd en komt dus uit een farmersfamilie. Robin is eigenlijk een stadsjongen. Ze besloten samen het roer om te gooien en volledig voor het farmersleven te gaan.

Een pittige beslissing lijkt me, zeker als je het niet gewoon bent. Maar ze doen het uitstekend! Aan huis hebben ze een klein abattoir waar ze iedere week slechts een paar koeien slachten.
Een lage productie, maar als ik vraag of ze willen uitbreiden geven ze aan dat niet te willen. De kwaliteit behouden, vinden ze veel belangrijker.
Heerlijk om te horen dat er nog mensen zijn die voor kwaliteit gaan in plaats voor het geld. En dat vind ik heel charmant, want in de huidige maatschappij willen we allemaal groter, hoger en breder. Maar dat gaat vaak ten kosten van authenticiteit en kwaliteit.
Wat me toen wel opviel is dat hoewel de Schotten kwalitatief vlees hebben, ze nog de kennis missen wat ze ermee kunnen doen. Daarom gaan ze bijvoorbeeld in Nederland hun kennis halen.
schotland-12
Hardiesmill kreeg enkele jaren geleden heel wat publiciteit. In de Netflix documentaire Steak (R)evolution (helaas nog niet te zien in België en Nederland), komt de farm in beeld voor hun hoge kwaliteit van steak.

“Out of the official Top 10 of ‪#‎beststeak ‪#‎beststeakhouses the best meat in the world is at Hardiesmill Aberdeen Angus Beef, no comparison, no doubt, no equivalent.”
Steak (R)evolution by Franck Ribiere & Verane Frediani, film 2014, book 2015

Wat ik ervan vond

  • Schotland is een prachtig land met uitgestrekte gras/weilanden, zij hebben de mogelijkheid om ruimte te bieden aan hun dieren.
  • Ik eet zelf weinig vlees. Als ik dan al vlees eet, dan kies ik voor een goed, kwalitatief stuk. Het vlees dat ik tijdens de persreis heb geproefd was echt lekker (een van de betere!).
  • Dat het vlees geproduceerd is met zorg voor natuur en dier, vind ik belangrijk. Blij om te zien dat het wel degelijk kan.
  • De Schotten zijn enorm gastvrij, we zijn heel goed ontvangen geweest! Gotta love Scotch peeps!
  • De Schotse farmers staan heel dicht bij de natuur. Ze vinden kwaliteit belangrijker dan kwantiteit.

Waar kan ik Scotch beef en lamb eten of kopen?

Farmers die aan strenge voorwaarden voldoen en kwalitatief rund- en schapenvlees produceren met zorg voor natuur en dier, krijgen het keurmerk (In mijn vorig artikel lees je er meer over.)
Menig Belgisch en Nederlands restaurant hebben vlees met het keurmerk Quality Meat Scotland op hun menukaart staan en je kan het vlees ook kopen bij aangesloten keurslagers en sommige supermarkten.

Redactie note: De perstrip is tot stand gekomen dankzij Quality Meat Scotland. De ervaring die wordt gedeeld in dit artikel is gebaseerd op de eerlijke mening van de redactie.