Je hebt “wijn drinken” en “wijn drinken”. Een wereld van verschil! Spoel je graag door met een glas wijn, dan zal je deze post geneuzel vinden. Maar wil je vooral graag genieten van het eeuwenoude druivenextract, dan begrijp je dat wijn drinken vooral gaat om “het ervaren” van smaak. Bij het schenken van heerlijke wijn hoort een passend glas. Want pas dan komt de wijn echt goed tot zijn recht. Ik geef je vijf tips voor het perfecte wijnglas.

1. Glashelder

Je hebt glazen vervaardigd uit glas (minder dan 4% lood), kristalglas (meer dan 10 % lood) en loodkristal (minstens 24% lood). Hoe meer lood een wijnglas bevat, hoe:

  • helderder het glas
  • makkelijker de grondstof te bewerken is en de kelk dunner gemaakt kan worden
  • hoger het geluid als je een tikje op het glas geeft
  • duurder, maar ook breekbaarder het glas is

Een wijnglas moet glashelder zijn, want je moet ook “proeven” met je ogen. Dus heb je nog kitsche, gekleurde glazen in je kast staan die je ooit voor kerst van je geliefde schoonmoeder hebt gekregen? Dan is dit het moment om ze weg te geven aan de kringloopwinkel. Je hebt er nu een goede reden voor!
Wil je graag loodkristallen wijnglazen maar twijfel je over de gezondheidseffecten van de hoeveelheid lood? Lood is inderdaad giftig als je er teveel van inneemt. Maar de hoeveelheid die je binnenkrijgt van een glaasje wijn uit een loodkristallen glas is verwaarloosbaar.

2. Nette wijnglazen

Je kan dan wel als een doorgewinterde wijnsommelier je beste wijn in passende wijnglazen uitschenken, maar als je glazen niet netjes zijn dan houdt het genieten al snel op. Dus was ze voorzichtig met de hand onder warm water. Afwasmiddel hoeft niet, maar ik gebruik het wel een beetje. Laat ze in de lucht drogen en poets nadien met een zacht doekje de eventuele kalkvlekken aan de buitenkant weg. Veel mensen zetten alles gewoon in de vaatwasser. Zelf ben ik daar geen voorstander van omdat het te agressief werkt om delicate wijnglazen te wassen. Zet de wijnglazen nadat ze gedroogd zijn ook rechtop in je kast, op deze manier krijgt de kelk voldoende lucht.

3. Verschillende wijnglazen

Voor iedere soort wijn (ook druifsoort) is er een passend glas. Maar in het begin heb je al voldoende aan drie soorten wijnglazen:

  • Rode wijn: kies een glas met een brede kelk en die taps toeloopt aan de bovenzijde. Zo komen alle aroma’s in de wijn beter vrij.
  • Witte en rosé wijn: kies een glas die iets smaller en kleiner is dan die van rode wijn. Witte of rosé wijn, die koel worden geserveerd, blijven zo langer koel.
  • Mousserende wijn: kies voor een smal en langwerpig glas, namelijk de flûte. Vaak is er een klein krasje gemaakt op de bodem van het glas om zo de bubbels beter te laten “lopen”. Soms wordt mousserende wijn ook in coupes geschonken, maar dat is zonde. De bubbels verlaten hierdoor veel sneller het glas.

Hoogwaardige glazen vind je bijvoorbeeld van het merk Riedel, Schott Zwiesel of Spiegelau.

4. Steel van het glas

Kijk goed naar de steel van het wijnglas. Bij een te korte steel ben je eerder geneigd om het glas bij de kelk vast te pakken. Daardoor warm je de wijn wat op en dat is niet de bedoeling. Dus hier geldt: size matters!

5. Even geen gulle schenker

Ben jij een gulle schenker en serveer je altijd volle wijnglazen? Dan word je misschien door heel wat vrienden als de perfecte gastvrouw aanzien, maar als je goede wijn schenkt en echt wil laten proeven dan is less echt wel more. Om de aroma’s van wijn vrij te maken, moet je je glas namelijk kunnen walsen. En ook om de kleur goed te kunnen bekijken moet je je glas schuin kunnen houden. Daarvoor schenk je het best maar een glas een kwart tot de helft vol met wijn.

Foto: Flickr