Steeds meer mensen bestuderen aandachtig het etiket op de verpakking voordat ze een product kopen. Want met al dat gerotzooi met ons eten willen we nu toch echt wel weten wat we binnenkrijgen. Maar vaak zijn de E-nummers en de termen op zo’n etiket bijna onbegrijpbaar: emulgator, smeltzout, antioxidant, E180? Euh, wat betekenen ze nu precies? Ik leg hier een tiental termen uit waar E-nummers onder vallen en die je vaak op verpakkingen terugziet.

Wat zijn E-nummers?

E-nummers zijn hulpstoffen (additieven) die toegevoegd worden aan producten voor consumptiegebruik om de eigenschappen ervan te verbeteren. Wanneer de hulpstoffen ongevaarlijk zijn, worden ze goedgekeurd door de Europese Unie en zijn ze toegestaan om te gebruiken. In dat geval krijgt de hulpstof de letter E en een nummer.

Groepen E-nummers

E-nummers worden onderverdeeld in groepen op basis van hun eigenschappen. Er zijn 15 groepen in totaal met elk hun eigen reeks nummers. Zo heb je bijvoorbeeld de groep met hulpstoffen die kleur toevoegen aan producten. Deze hulpstoffen vallen onder de groep kleurstoffen. De groep met kleurstoffen begint bij E100 en eindigt bij E180. Ieder kleurstof heeft zijn eigen E-nummer. Als je bijvoorbeeld E120 zit staan op een verpakking, weet je dat het om een kleurstof gaat. Zo staat E120 voor de hulpstof karmijnzuur. Karmijn wordt gewonnen uit de schildluis en wordt gebruikt in bijvoorbeeld roze koeken.

Hieronder vind je tien termen die je vaak op verpakkingen ziet. Ze staan voor groepen waar de E-nummers in onderverdeeld worden. Het is een eerste stap om te begrijpen wat er precies in je product zit.

1. Antioxidant -> E300-E399

Misschien ken je wel het werkwoord ‘oxideren’, wat zoveel betekent als ‘reageren met zuurstof’ (denk bijvoorbeeld aan roesten). Het omgekeerde van dit proces is antioxideren. Een antioxidant is dus een stof dat producten beschermt tegen aantasting door zuurstof, waardoor deze minder snel bederven. Vaak is een antioxidant een chemische stof die toegevoegd wordt.
Zit in: slasaus, mayonaise en koekjes

2. Conserveermiddel -> E200-E252

Een conserveermiddel is een stof dat het bederf door bacteriën en schimmels tegengaat. Daardoor is het voedingsmiddel langer houdbaar. Een voorbeeld hiervan is natamycine wat een gefermenteerd antischimmelmiddel is.
Zit in: heel wat producten, vb. natamycine zit op de kaaskortst en de buitenkant van vleeswaren

3. Emulgator -> E400-E495

Water en vet gaan niet samen toch? Dat kan wel als je een emulgator toevoegt: dat is een stof die het mogelijk maakt om de water en vet tot één geheel te vermengen.
Zit in: slasaus, mayonaise en margarine

4. Geleermiddel -> E400-E495

Een geleermiddel is een verdikkingsmiddel. Het maakt producten dikker en dus ook steviger van structuur.
Zit in: confituur of jam

5. Zoetstoffen -> E950-E969 en E420-421

Zoetstoffen zie je in de huidige obesogene wereld best vaak op verpakkingen. Het zijn stoffen die niet tot de suikers behoren, maar die wel  een product een zoete smaak geeft. Een voorbeeld hiervan is sucralose: een synthetische zoetstof die ongeveer 700 keer zoeter is dan suiker.
Zit in: lightfrisdranken, kauwgum en theedranken

6. Stabilisator -> E400-E495

Een stabilisator behoudt de toestand van een product zodat het zijn eigenschappen niet verliest. Een voobeeld is xantaangom; wat een stabilisator die gebruikt mag worden in biologische producten.
Zit in: vleeswaren, mayonaise, slasaus, ijs en chocolademelk. 

7. Meelverbeteraar -> E920-E930

Is een stof die toegevoegd wordt aan meel of deeg met als doel de bakeigenschappen te verbeteren of het meel witter te maken. Een voorbeeld hiervan is L-cysteine; dit is een eiwit dat vooral uit dierenhaar (vb. varkenshaar) wordt gehaald of kippenveren.
Zit in: suikervrije kauwgom en bakkerijproducten (in bakkerijproducten zit vaak L-cysteine)

8. Kleurstof -> E100-E180

Een kleurstof kan natuurlijk of synthetisch zijn en heeft als enige doel het kleuren van een product. Het heeft geen smaak of geur. Een voorbeeld hiervan is canthaxanthine wat een rood-violet kleur geeft. Deze kleurstof wordt gemaakt uit paddenstoelen, of flamingoveren en schaaldieren, of wordt op synthetische wijze bereid.
Zit in: heel wat producten, vb. in straatsburger worst zit canthaxanthine.

9. Voedingszuur -> E260-E297 + E322-E385

Een voedingszuur kan natuurlijk of synthetisch zijn en zorgt ervoor dat de zure smaak van een product wordt versterkt. Het kan ook gebruikt worden voor het inleggen van voedingsmiddelen in zuur. Denk bijvoorbeeld aan appelzuur of citroenzuur.
Zit in: vruchtensap, jam of confituur, slasaus, augurken in het zuur, vruchten in blik en zure melkproducten.

10. Zuurteregelaar -> E500-E585

Een zuurteregelaar zorgt ervoor dat de zuurtegraad van een product wordt behouden. Zo blijven de eigenschappen van een product gegarandeerd, en bederft het ook minder snel.
Zit in: melkproducten met vruchtensap, vleeswaren en ijs. 

 

Bron: Voedingscentrum